Wittenhorst

| Contact

Kosterman: "Ik heb Wittenhorst ervaren als een mooie club"

4 juni 2019

Het eerste seizoen van Ton Kosterman als hoofdtrainer van RKsv Wittenhorst zit erop. Samen met hem blikken wij terug op een enerverend jaar, waarin een goede eerste seizoenshelft werd afgesloten met een wisselvallig voorjaar. Ook geeft hij zijn visie op het nieuwe seizoen, versterkingen en de talenten die hun kans ruiken bij de selectie van de senioren. “Ik heb Wittenhorst als een mooie club ervaren, ik ben blij dat ik mijn trainersjubileum hier mag gaan vieren.”

Het is dinsdag, zo rond de klok van zeven uur ’s avonds, als Kosterman met zijn trainersmap in zijn handen de kantine binnenloopt. Nog zichtbaar nagenietend van het slotweekend, waar hij alle bezoekers liet genieten van zijn versie van ‘Amarillo’, arriveert hij voor dit interview. Met een vers kopje koffie verplaatsen we ons naar de multi-ruimte, waar hij bij thuiswedstrijden ook altijd zijn besprekingen houdt. De geboren Brabander is een echt voetbaldier, zo is hij ook trainer van de JO12-1 van Woezik, waarmee hij een aantal dagen geleden nog de titel vierde door ongeslagen kampioen te worden. Zijn dochter, die nooit wordt gezien zonder een bal aan haar voeten, speelt ook in dit team.

Ton, laten we eens beginnen met een mijlpaal. Blij en trots dat je het 25-jarig jubileum als trainer bij Wittenhorst mag gaan vieren?

“Ik ben een gevoelsmens. Als het gevoel goed is, ben ik zeker blij dat ik dit hier mag vieren. Als trainer en persoon heb ik Wittenhorst als een mooie club ervaren, eentje die midden in de samenleving staat en plezier en prestatie goed samen laat gaan. De mensen met wie ik binnen deze club werk, zijn eerlijk, open en betrokken. Dit zijn voor mij belangrijke voorwaarden in een samenwerking. Daarnaast vind ik het heel mooi om hoofdtrainer te zijn van een club waar successen worden gevierd binnen de jeugdopleiding (kampioenschap JO19-1 en JO15-1 red.). Ook spreekt de ambitie van de club mij nog altijd aan.”

Rob Zanders tegen VVV.jpg

Starten tegen VVV-Venlo en sv Spakenburg

Kosterman sloot zijn periode bij het eerste elftal van Woezik in mineur af. Hij miste een groot gedeelte van de tweede seizoenshelft door gezondheidsproblemen. Tot overmaat van ramp degradeerden de Gelderlanders uit de Hoofdklasse: "Ik kijk met gemengde gevoelens terug op zes seizoenen sc. Woezik. Degraderen hakt er altijd in, maar de vijf seizoenen daarvoor waren mooi en succesvol." De laatste periode zorgde ervoor dat hij zijn plezier in het voetbal kwijtraakte. Iets wat hij in Horst al snel terugvond.

Over de wedstrijden tegen VVV en Spakenburg: “Hartstikke leuk en leerzaam om mee te maken. Hoewel ik er tegen VVV niet bij was wegens een al geplande vakantie, heb ik wel de twee weken voorbereiding gedaan. Een periode om de ploeg en de jongens te leren kennen en om je accenten al een beetje te leggen. Snel kreeg ik mijn plezier weer terug in het voetbal en was ik ook vol vertrouwen dat we het Spakenburg lastig konden maken. We hebben ze meerdere malen bekeken, vooral ook omdat we écht verder wilden komen in de beker. Ik was overtuigd dat er kansen lagen, maar toen de wedstrijd zich vorderde, merkten we dat we kansloos waren. Jammer, maar gezien vakanties van spelers en de korte voorbereidingstijd, geen verrassing”, aldus Kosterman.

Op verliespunten winterkampioen

“Bij mij heerste de overtuiging dat we kampioen konden worden. Helaas kwam na de winterstop de kentering. En hiermee wil ik andere spelers niet tekort doen, maar de zware blessures van Stevie Hattu en Rob Zanders hebben ons wel opgebroken. Waren we vrij van blessures gebleven, dan waren we een serieuze kandidaat geweest voor de titel. Van de andere kant winnen we na de winter twee keer van ZSV, winnen we bij Chevremont en spelen we thuis Susteren van de mat. De mix van blessures, pijntjes en het overvolle speelschema, heeft bijgedragen aan de wisselvalligheid.”

Marco Daniels tegen De Valk.jpg

Dan wordt bekend dat een aantal spelers gaat vertrekken..

“Tot aan de winterstop draaiden we goed en stonden we op verliespunten eerste. Na de winteronderbreking ben ik gaan inzien dat ik met een groep werkte die al jaren met elkaar samenspeelde en dat de jus daar enigszins vanaf was. Daarmee wil ik niet de indruk wekken dat de jongens er niet meer voor gingen, want mijns inziens deden ze nog altijd hun best. Maar het is logisch dat wanneer je ergens klaar mee bent, je niet meer het uiterste uit jezelf kunt halen. Ik vond het persoonlijk lastig om daar als trainer nog het maximale uit te halen. Het bracht enerzijds ook realisme in mij. Het was binnen de groep al een aantal jaar de doelstelling om nog één keer kampioen te worden. Na de winterstop verloren we een aantal keer, waardoor de jongens in de gaten kregen dat het niet meer ging lukken. Hadden we goede resultaten geboekt, dan had ik het nog willen zien”, aldus Ton.

Een lastige situatie voor een trainer?

“Absoluut, helemaal als je na een aantal mindere resultaten weet dat je niet meer om de titel zult gaan spelen. We hadden, mede door de blessuregolf, soms een kleine groep op de training. Het vreet dan aan je als trainer dat je niet helemaal je dingt kunt doen. Daarnaast merk je links en rechts de onrust over de selectie en dat speelt ook door in de groep zelf. Dit heb ik ook met de groep besproken. Probeer die Wittenhorst-periode goed af te sluiten, ga er nog één keer met z’n allen voor. We hebben één week echt gepiekt, waarin we tweemaal wonnen van ZSV en we thuis speelden tegen Groene Ster. De groep was ontzettend gemotiveerd om de finale te halen en wij als staf waren ook scherp. In die halve finale hebben we het heel goed gedaan en met een beetje geluk schieten we vlak voor tijd die bal op de paal wél raak en haal je wellicht de finale. In de thuiswedstrijd tegen Venray was ik positief verrast door de groep. De uitslag van de wedstrijd gaf geen goed beeld; een wedstrijd waarin we niet minder waren. Het was de vierde wedstrijd in acht dagen en dit pakten de jongens goed op. In de eindfase van het seizoen merk je dan als trainer dat het wel klaar is. We pakken nog wel wat overwinningen, maar je bent realistisch en voelt aan dat er weinig meer te behalen valt”, aldus Kosterman.

Tegen sv Spakenburg.jpg

“Ik heb genoten van wat de talenten hebben laten zien”

Het was het seizoen van de debutanten. Maar liefst zeven spelers maakten hun debuut voor het eerste elftal: Luc van Kuijck, Martijn van Ooijen, Kemson Fofanah, Stijn Jenneskens, Giel Beurskens, Niek van der Sterren, Ruben van Helvoort en in een eerder stadium al Sven van Ooijen.

“Ik vond het prachtig om te zien. Je moet de jongens die hongerig zijn natuurlijk wel de kans geven. Van alle jongens vind ik Giel een buitensporig talent, die had dit seizoen wellicht al in het eerste kunnen staan. We hebben er toch voor gekozen om hem bij de JO19 te laten; de resultaten lieten wel zien waarom. Deze jongens hebben allemaal de potentie om in het eerste elftal te komen. Als ze blijven knokken, dan zullen ze hun kansen blijven krijgen. Daarom denk ik ook dat Wittenhorst zich om de toekomst geen zorgen hoeft te maken.

“Als ik kijk naar het eerste elftal, hebben we op korte termijn alleen in de verdediging nog wat versterking nodig. Het was een domper toen bleek dat Ruud Meijers zwaar geblesseerd raakte en Kevin van Asten ondergaat binnenkort een operatie. Er zijn talenten in beeld die dit jaar al eens aan het grote werk hebben mogen ruiken, zoals Martijn, Sven en Ruben, maar het is een te groot risico om op dit niveau nu al op deze jongens te bouwen. We hebben middenvelders en aanvallers genoeg, maar achterin hebben we nog een meerwaarde nodig die op dit niveau er direct staat. In deze linie zullen een aantal veranderingen plaatsvinden en dat is een mooie uitdaging voor trainers en spelers. Ik wil met de nieuwe groep wat verder van de goal gaan spelen en dominanter zijn in positiespel en balbezit. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit gaat lukken.”

Versterkingen en de blik op volgend seizoen

“Volgend jaar krijgen we een jonger team. Onze keeper (Sjors Witt, red.) heeft ons verlaten, dus moest er een nieuwe keeper komen. Om het jonge team en de defensie op sleeptouw te nemen, is de 32-jarige Jaap Omvlee aangetrokken. Hij heeft ervaring op niveau, heeft verschillende jaren in de Hoofdklasse zijn mannetje gestaan. Hij ziet een prachtige uitdaging in het opleiden van onze keeperstalenten Ward Jacobs en Ravi Arts. Hij gaat gericht met hen aan het werk en gaat daarnaast ook voor een goede sfeer zorgen in de groep. Daarnaast ben ik dolblij dat Daan Hendriks besloten heeft om terug te keren bij de selectie. Daan is een echte verbindingsspeler binnen én buiten het veld en is belangrijk voor het team. Hij brengt een stukje routine mee en zorgt voor balans in de groep”, aldus Ton.

Ook is Kosterman blij met de komst van Tom Spreeuwenberg, A-speler bij VVV-Venlo: “Hij heeft bij Sparta ’18 in de 2e klasse laten zien z’n doelpunten te kunnen maken. We wilden voorin ook graag breder zitten in onze aanvallers, zo is Rob Zanders dit jaar veel geblesseerd geweest. Ik ben gecharmeerd van Joost van Rensch, met wie we aan de slag gaan om zijn doelpuntenmoyenne verder op te krikken en we zijn dolblij dat Willem Heijnen besloten heeft om te blijven. Hij ligt goed in de groep en we gaan met hem aan de slag om terug te keren op zijn beste niveau. Daar heb ik alle vertrouwen in. Daarnaast hebben we de creativiteit van Marco Daniëls, de potentie van Luc van Kuijck en de talentvolle Niek van der Sterren die op de deur klopt.”

Doelstellingen

“In mijn visie moet de kern van de groep altijd de kwaliteiten hebben om in de top van de 1e klasse te kunnen voetballen. Hierbij is het belangrijk dat je van deze kern een team creëert, wat uiteindelijk ook aan deze doelstelling kan voldoen. Ik zeg dan ook vaker: Mijn naam is Ton Kosterman. De T staat voor Teambuilding en de K voor Kwaliteit. Deze twee factoren zijn nodig om succesvol te zijn. Een selectie dient qua aantallen en kwaliteiten in balans te zijn, dat is de basis om succes te behalen. Ik wil graag dat spelers knokken voor hun nummer. Wil jij nummer negen dragen op zondag, dan laat je maar zien dat jij dit verdient.”

“Als trainer ga ik altijd voor het hoogst haalbare. Naar mijn mening is Wittenhorst een stabiele eersteklasser met een gezonde visie. Er zijn doorgroeimogelijkheden voor de jeugdspelers, waarvan ik overtuigd ben dat wanneer je met deze talenten gaat bouwen en iets goeds neer gaat zetten, je ook stabiliteit krijgt om de stap naar de Hoofdklasse te maken. Daar geloof ik in en dat is ook mijn doel”, besluit Kosterman.