Wittenhorst

| Contact

Afscheid Willem Heijnen: 'Wil hier terugkeren'

31 juli 2020

Noem het gerust een vuurdoop, zijn eerste duel in het oranje-zwart. Het was in de zomer van 2014 toen Willem Heijnen (30) tegen VVV-Venlo zijn debuut maakte voor Wittenhorst. Het bleek de opmaat naar een dienstverband dat zes seizoenen duurde en waarin ‘Heijno’ zo’n tweehonderd duels speelde voor Wittenhorst. Zes jaar geleden kwam de aanvaller over van IVO. Hij herinnert het zich nog als de dag van gisteren: “We waren gedegradeerd met IVO en niet veel later zat ik om de tafel met Wittenhorst. Ik had gesprekken met Rob Vissers en Jan Lauers. Op pinkstermaandag moest ik, in verband me de naderende deadline voor overschrijvingen, een beslissing nemen.”

Hij besloot in te gaan op de interesse vanuit Horst. “Ik was toen 24 en koos ervoor om de stap hogerop te maken. Ik wilde kijken waar mijn plafond lag en kende bij Wittenhorst wat spelers vanuit mijn verleden bij VVV.” Het begin bij Wittenhorst was, mede door blessures, wat twijfelachtig voor Willem maar na de winterstop van zijn eerste seizoen werd hij een vaste kracht in de spits. “Ik raakte goed gewend bij Wittenhorst en had snel het gevoel me thuis te voelen. Het eerste jaar speelden we nacompetitie om promotie.” Promoveren deed Wittenhorst uiteindelijk niet. Het tweede jaar was qua resultaten voor de club wat minder, maar voor Willem was het een topseizoen. “Ik werd clubtopscorer met vijftien doelpunten”, herinnert Willem zich. “Ik speelde in dat seizoen alles. Uiteindelijk speelden we ons op de laatste speeldag veilig tegen Deurne.”

Het derde seizoen van Willem in het oranje-zwart was het laatste seizoen onder Jan Lauers. De Veldenaar kijkt met veel genoegen terug op die samenwerking. “Het is de beste trainer die ik ooit heb gehad. Ik had een goede band met Jan. Het was uiteindelijk een fantastisch seizoen, waarin we in de nacompetitie om promotie twee duels wonnen en uiteindelijk verloren van GOES.” Eén seizoen later beleefde Willem naar eigen zeggen een van de hoogtepunten in zijn Wittenhorst-tijd. “In de derby tegen Venray maakte ik het winnende doelpunt. Uiteindelijk speelde het drukke seizoen ons parten en kwam de focus meer op de beker te liggen.” Daarin verloor Wittenhorst in de finale na verlenging van Gemert.

Een jaar later maakte Ton Kosterman zijn entree in Horst. “Na verloop van tijd speelde ik steeds vaker op andere posities of belandde ik op de bank. Mijn eigen prestaties waren niet meer zoals in de eerste vier jaar. Ik begon op een gegeven moment te twijfelen om te vertrekken.” Uiteindelijk besloot hij te blijven. “Ik wilde geen zijstap maken naar een club op een vergelijkbaar niveau. Het was voor mij óf terug naar IVO óf bij Wittenhorst blijven. De club beviel me echter zo goed dat ik dacht: ik plak er nog een jaar aan vast.”

Het werd niet het seizoen waar hij op hoopte. “In de derde wedstrijd van het seizoen brak ik mijn elleboog. Na de winter speelde ik alle vier de duels, totdat corona uitbrak. Daardoor is het niet het afscheid geworden wat ik me had gewenst, maar daar kan niemand wat aan doen.” In de kantine boekte Willem in het laatste seizoen overigens wel succes. Samen met Daan Verlijsdonk wist hij voor de tweede maal op rij de Wittenhorst-voetbalquiz te winnen.

Willem gebruikte de coronatijd om de knoop over zijn vertrek definitief door te hakken. “Bij IVO komt een goede lichting over vanuit de jeugd en nu zijn er nog een aantal spelers van mijn leeftijd. Ik wil nog van waarde zijn bij IVO, zowel op als buiten het veld. Dat kan nu nog, ik ben dertig en kan nog wel een paar jaar mee.”

Zijn laatste minuten binnen het veld heeft hij dan wel gemaakt op het sportpark; buiten het veld is dat anders. Sterker nog: Willem spreekt openlijk de ambitie uit op termijn als trainer terug te keren in Horst. “Mensen binnen de club zijn daarvan op de hoogte. Op korte termijn zal ik terugkeren als supporter, daarna hopelijk als jeugdtrainer.” Het is het gevolg van het feit dat hij zich al die tijd thuis heeft gevoeld op sportpark Ter Horst. “Ik maak altijd graag een praatje met de mensen op de club. Een van de mooiste complimenten is dat ik al snel niet werd gezien als een ‘buitenstaander’. Ik heb er altijd een goed gevoel gehad en zal er dan ook zeker terugkomen.”